= een kleine afsluitbare kast om spullen in te bewaren.
Substantief
de kluis- de kluizen ⮕ het kluisje
In de sportschool zet ik mijn tas in een kluisje.

Taaltrajecten Nederlands
= een kleine afsluitbare kast om spullen in te bewaren.
Substantief
de kluis- de kluizen ⮕ het kluisje
In de sportschool zet ik mijn tas in een kluisje.
