= lawaai maken als je slaapt.
Verbum
snurken – snurkte – gesnurkt
Voorbeeldzin
Ik heb slecht geslapen, want in de kamer naast ons hoorde ik een man de hele tijd snurken.

Taaltrajecten Nederlands
= lawaai maken als je slaapt.
Verbum
snurken – snurkte – gesnurkt
Voorbeeldzin
Ik heb slecht geslapen, want in de kamer naast ons hoorde ik een man de hele tijd snurken.
