dweil

= doek dat  water opslorpt

Substantief
de dweil – de dweilen

→ verbum: dweilen

→ uitdrukkingen:

  • dweilen met de kraan open = nutteloos werk doen
  • zich als een natte dweil voelen = zich heel slap en slecht voelen

Voorbeeldzin
Je zal een dweil moeten gebruiken om de vloer netjes te maken.

een dweil