= voorwerp om te vechten, zichzelf te verdedigen of mensen of dingen te beschadigen. Bijvoorbeeld een mes of een revolver.
Substantief
het wapen – de wapens
De soldaat trok zijn wapen toen de vijand naderde.

Taaltrajecten Nederlands
= voorwerp om te vechten, zichzelf te verdedigen of mensen of dingen te beschadigen. Bijvoorbeeld een mes of een revolver.
Substantief
het wapen – de wapens
De soldaat trok zijn wapen toen de vijand naderde.
