= afhangen van, beînvloed worden door.
⬌ onafhankelijk
Adjectief
afhankelijk – afhankelijke
⮕ substantief: de afhankelijlheid
Voorbeeldzin
De prijs van groente en fruit is afhankelijk van de oogstresultaten in dat seizoen.
Taaltrajecten Nederlands
= afhangen van, beînvloed worden door.
⬌ onafhankelijk
Adjectief
afhankelijk – afhankelijke
⮕ substantief: de afhankelijlheid
Voorbeeldzin
De prijs van groente en fruit is afhankelijk van de oogstresultaten in dat seizoen.