Het verhaal kort
Milan Melnik is nu een beroemde operazanger.
Hij vindt een oude foto van zichzelf in de zak van
zijn jas. Hij was toen een kleine jongen. Dat roept
herinneringen op over hoe het ‘toen’ allemaal begon.
Milan kwam als kleine jongen met zijn mama en zijn
zus naar ‘hier’. Zijn vader bleef ‘daar’, waar het oorlog is.
Het gaat waarschijnlijk om de Balkanoorlog. Milan voelt
zich welkom, maar niet thuis in dit vreemde land met
zijn vreemde taal. Zijn juf ontdekt zijn talent: zingen.
Dankzij de juf gaat Milan naar het koor. Het podium van de opera wordt zijn nieuwe thuis.
Een migratieverhaal, met heel wat herkenbare,
moeilijke situaties voor OKAN-leerlingen. Maar zeker ook een hoopvol verhaal.
ook een hoopvol verhaal.
Tekstkenmerken
Een verhaal in 10 hoofdstukken. Met korte, eenvoudige zinnen met vooral bekende woorden. Het beschrijft een lange herinnering. De tekst speelt met de tijd (‘toen’ en ‘nu’), maar nogmeer met ‘hier’ en ‘daar’.
Lesmateriaal en lesideeën
Intro: verken titel en eerste lijnen (slide 2).
Lees samen met de leerlingen de titel van de tekst en de eerste paragraaf.
- Wie is Milan, denk je?
- Waarom is hij een ster?
- Denk je dat Milan een jongen is of een volwassen man?
Fragment:
In zijn jas zit een foto.
…
En dan…
Foto’s
Introduceer ‘toen’ en ‘nu’ met een oude en recente foto van jezelf (slide 3).
Toon een foto van jezelf, toen je kind was. Laat de leerlingen eerst
raden wie het is. Toon ook een recente foto van jezelf.
Laat de tijdlijn met ‘toen’ en ‘nu’ zien slide 3 .
Zet samen met de leerlingen je oude foto (‘toen’) en je recente foto
(‘nu’) op de tijdlijn.
Lees het fragment interactief voor.
- Welke foto’s heb jij van toen je een kind was?
- Wanneer kijk je ernaar en wat denk je dan?
- Waarom is alles ‘vreemd’ voor Milan?
- Milan is een ster. Ken je nog sterren? Sportsterren, muzieksterren?
Toen en nu
Maak na het lezen de sleepoefening “toen” en “nu” (slide 5).
Terugblik
Illustreer met de tijdlijn, je eigen foto’s, de regel ‘het is weer toen’, … het idee van een flashback of terugblik.
Vertel dat alles wat je nu zal lezen eigenlijk een herinnering is van de volwassen Milan aan zijn kindertijd, aan ‘toen’.
Lukt het niet bij alle leerlingen om dat te laten doordringen? Niet erg, het
is niet noodzakelijk om de grote verhaallijn te volgen en van het verhaal te
genieten.
Fragment:
deel 2 en deel 3:
‘Voor jou Milan,’ zegt de juf.
…
Daar, waar Milan thuis is.
Toon de foto’s met de 2 gerechten van ‘hier’ en ‘daar’ (slide 6).
Lekker
Laat de leerlingen in duo’s of kleine groepjes namen verzinnen voor de
gerechten. Laat de leerlingen raden welk gerecht typisch is voor het
land van Milan en welk een typisch gerecht van ‘hier’ is. Maak samen de sleepoefening (slide 7 en slide 8).
Lees de delen interactief voor.
Voorbeeldvragen:
- Hoe voelt Milan zich in de klas?
- Waar en wanneer heb je het woord ‘welkom’ al gehoord of gezien?
- Wanneer voel jij je ‘welkom’? Hoe voel je dat?
- Waar en wanneer voel jij je ‘thuis’? Hoe voel je dat?
- Annie heeft tranen in de ogen. Is ze verdrietig? Wanneer huil jij weleens?
- Zie je soms volwassenen huilen? Wat voel je dan zelf?
- Waarom zucht Annie en schudt ze haar hoofd?
- Je mag kiezen wat er op tafel komt vanavond na school: borsjtsj of
- vleesbrood.
- Welk woord vind jij heel moeilijk in het Nederlands? Geef voorbeelden van
- woorden met veel medeklinker na elkaar: herfst, angst, schreeuw.
- Milan, Milans mama en zus zingen na het eten. Wat vind je van dat idee,
- samen zingen na het eten?
- De juf vraagt aan Milan om te zingen voor de klas. Waarom staat er
- zweet in Milans handen, waarom is zijn keel droog? Herken je het gevoel?
- Wanneer heb jij zweet in je handen, droge keel? Vertel!
- Loopt Milan écht door het bos, naar de brug en de rivier?
- Alle kinderen klappen in hun handen. Wat betekent dat?
In je hoofd
Laat de leerlingen de ogen mag sluiten en diep ademen,
net als Milan voor hij begint te zingen. Laat de leerlingen daarna in duo
aan elkaar vertellen wat er gebeurde in hun hoofd. (Slide 9)